Gebakken kwarktaart met aardbeien

Juli is de tijd van de aardbeien. Pluk ze rechtstreeks uit de tuin en eet ze zoet, gerijpt door de zon.

Ze zijn perfect, gewoon zo, misschien met een beetje slagroom op smaak gemaakt met honing, maar ze zijn ook heerlijk in taarten en cakes.

Als je aardbeien kort kookt, wordt de smaak nog intenser, zoals bij deze gebakken kwarktaart met snelle aardbeien compote.

De kwarktaart heeft geen bodem waardoor ‘ie lekker licht blijft. Met een topping van snel gemaakte aardbeien compote heb je een superlekker zomers taartje. Fijn bij de koffie, thee of als toetje!

Voor 6-8 personen

Bereidingstijd:
25 minuten + ca. 60 minuten baktijd

  • Ingrediënten

    Voor de kwarktaart:
    • 500 gram volle kwark
    • 50 gram bloem
    • 125 gram suiker
    • 3 eieren
    • Sap en rasp van een halve biologische citroen
    Voor de compote:
    • 350 gram aardbeien, kroontjes verwijderd en gewassen
    • 100 gram suiker
    • 1 zakje vegatine (arrowroot)

  • Bereiding

    Verwarm de oven voor op 180 graden. Bekleed een springvorm van 20 cm met bakpapier.

    Doe de suiker in een kom en meng er een voor een de eieren door met een mixer. Mix er vervolgens de kwark en de rasp en sap van een halve citroen door.

    Giet het kwarkmengsel in de bakvorm en bak ongeveer een uur in de voorverwarmde oven. De taart moet lichtbruin gekleurd zijn en wanneer je er met een vork in prikt moet deze er schoon uitkomen. Is de taart na een uur nog niet helemaal gaar, bak deze dan nog een minuut of tien.

    Laat de taart enigszins afkoelen en maak ondertussen de compote.

    Doe de aardbeien voor de compote met een klein scheutje water in een pan en breng langzaam aan de kook. Voeg de suiker toe en laat zachtjes koken tot de aardbeien zacht maar nog wel heel zijn. Haal de compote van de warmtebron.

    Meng in een steelpannetje met een garde een zakje vegatine met 100ml koud water. Breng dit al roerend aan de kook en roer daarna direct door de aardbeien. Verdeel de compote over de kwarktaart en laat alles afkoelen.

Fotografie, tekst en recepten: © Anna Rubingh